Werktitel

Mijn tweede boek bestaat inmiddels uit ruim 50.000 woorden. De werktitel van dit nieuwe verhaal is Schoonheid en het is een klassieke (jonge) vrouwenthriller. Tenminste, dat is de bedoeling. Dat een duidelijk genre belangrijk is voor een boek heb ik bij mijn eerste boek geleerd.
Of dat eerste boek ooit nog uitgegeven wordt? Wie weet. Voorlopig is het mijn voornemen om eerst Schoonheid af te schrijven. Het liefst voor de zomer, zodat ik de (hopelijk) zonnige maanden kan gebruiken om nieuwe ideeën te bedenken. In het najaar heb ik een weekje vrij gepland om mijn eerste boek, met de werktitel Privacy Live, nog eenmaal te herschrijven. Ik heb van diverse proeflezers commentaar en tips gekregen en daar ben ik heel erg dankbaar voor. In oktober zal ik deze allemaal langslopen en kijken wat ik er mee kan doen.

Dat is het plan. De kans bestaat dat ik precies die vrije week geen zin heb in mijn eerste boek. Misschien ben ik die week wel gegrepen door een idee voor boek 3 of boek 4. Misschien heb ik zin om een week lang blogs te schrijven of research te doen. Misschien wil ik de hele week Netflixen omdat dat is waar ik behoefte aan heb.

Kortom, een planning bestaat om er vanaf te kunnen wijken. Tot de zomer is de bedoeling dat ik elk weekend aan het schrijven ben. In Schoonheid draait het allemaal om de stamboom van de familie van Fee. Er blijken nogal wat familiegeheimen te zijn. Fee ontdekt dat ze een oom heeft waarvan ze het bestaan niet wist. Uiteraard gaat ze op onderzoek uit, terwijl ze steeds meer signalen krijgt dat iemand wil dat ze daarmee stopt. Best een klassieke thriller, toch?

Op schrijfvakantie

Op Facebook volg ik ontzettend veel mensen die iets met boeken doen, lezers, recensenten, schrijvers, bloggers en nog veel meer. In het najaar van 2017 kwam er een post langs van een schrijfvakantie. Een week op de waddenzee, met Marlen Visser, schrijfles en goed gezelschap.
'Wat leuk voor beginnende schrijvers,' was mijn eerste reactie. Dit leek me echt zo'n activiteit waar 'andere mensen' zich voor zouden aanmelden.

Opeens viel er keihard een kwartje. Zelf probeerde ik al 10 jaar een boek te schrijven. Ik had zelfs al 50.000 woorden op papier staan, maar op eigen houtje lukte het me gewoon niet om het af te ronden. Ik had Marlen Visser ooit ontmoet toen ik me nog met VrouwenThrillers.nl bemoeide en zou ik er niks van opsteken dan zou het in ieder geval gezellig worden. De boot vertrok al over twee weken, dus actie was geboden.

Gelukkig werd de vakantie beide: gezellig en een succes. Met voldoende tips, inspiratie, vastberadenheid en zelfvertrouwen stapte ik van het schip. Wat volgde was een half jaar elk weekend schrijven met als resultaat: een afgerond manuscript. Het begin van mijn verhaal Privacy Live is te lezen op Sweek.

Het jaar daarop heb ik me ingeschreven voor Marlens schrijfvakantie in Italie. Opnieuw een groot succes, met meer eten en meer zon, en net zoveel gezelligheid. Ik zou het iedereen aanraden. Voor mij zijn de vakanties 'life changing' geweest. Nog steeds schrijf ik (bijna) elk weekend en werk ik nu aan mijn tweede manuscript. Mijn oefenboek ga ik hierna weer oppakken.

Ben je nieuwsgierig geworden? Er zijn dit jaar nog plaatsen vrij! Ga naar www.marlenbeekvisser.nl voor meer informatie.

Zomervakantie

Ik verheugde me als middelbare scholier altijd enorm op de zomervakantie. Zes weken lang afstand nemen van mijn wereld op school. Even geen roddelende vriendinnen, geen make-up en mooie kleren, geen sociale rangorde en groepsdruk, en zelfs even helemaal geen contact met leeftijdsgenoten, alleen als ik daar zelf voor koos. In feite werd ik weer even helemaal kind, grote zus, en een onderdeel van het gezin. 

Tijdens de zomervakantie waren mijn zusje en ik thuis op elkaar aangewezen. Dan knutselden we, deden spelletjes of lazen stripboeken. Eén zomer leende ik bij de bieb een boekje over de Rubiks Cube, en leerde alle stappen uit mijn hoofd om hem op te lossen. 
Als het mooi weer was gingen we naar het speeltuintje op de hoek van de straat, waar we verstoppertje speelden met vrienden uit de wijk, uren op het klimrek hingen, of met waterpistooltjes in de weer waren. 

En we verveelden ons. Om de tijd te doden kon ik uren achter elkaar patiencen. Met echte (papieren) kaarten uiteraard. Constant speelde ik spelletjes met mezelf, waarbij ik me tijdens elk spelletje inprentte dat als ik zou winnen, die ene jongen na de vakantie met me zou dansen op het schoolfeest. Mijn moeder vond al dat patiencen overigens helemaal niets. Ze had liever gezien dat ik wat ondernemender was.


Maar afspreken met mijn beste vriendin Lisette was zo eenvoudig nog niet. Lisette woonde in Voorschoten en ik in Leiden. Om een afspraak te maken moest ik met onze huistelefoon opbellen naar haar huistelefoon en maar hopen dat ze thuis was. Die kans was klein, omdat ook Lisette met haar buurtvrienden, die ik stuk voor stuk nogal intimiderend vond, op straat rondhing. 

In de laatste week van de vakantie ging ik met gepaste tegenzin nadenken over als welke verbeterde versie van mezelf ik het nieuwe schooljaar wilde ingaan. Welke foto’s zou ik in mijn agenda plakken? Welke kleren zou ik dragen? Welke verhalen over mijn vakantie waren de moeite waard? 

Voor de tieners van tegenwoordig ziet de vakantieperiode er heel anders uit. De smartphones gaan ook op vakantie mee, met daarin hun boeken, hun sociale netwerk en hun kaartspel. Wifi op het vakantie-adres is noodzakelijk. Niet alleen omdat je anders van alles mist, maar ook omdat er foto's rondgestuurd moeten worden. Kijk 'ns wat een leuke jongen hier rondloopt! Kijk 'ns hoe mooi ik eruit zie in mijn bikini! En als vriendin X problemen heeft met haar ouders, dan moet ze geholpen en bijgestaan worden. Zélfs als vriendin X aan de andere kant van de wereld is. De stroom Whatsapp-berichtjes en foto’s gaat onverminderd door. 

Datgene wat ik vroeger het fijnste vond aan de vakantie, dat ik weer even kind kon zijn, dat ik tijd had voor bezinning, dat ik echt even afstand kon nemen van mijn schoolleven, is er niet meer. Ook datgene wat ik het ergste vond aan de vakantie, verveling, bestaat niet meer. Hoewel ik - terugkijkend - de tijd dat ik me kon vervelen nog wel 'ns mis.

Ik heb geprobeerd mijn tieners deze vakantie enthousiast te maken voor een offline dag, maar dat voorstel werd met net zoveel enthousiasme ontvangen als het voorstel van mijn moeder destijds om mijn kaartspel weg te leggen.  

Onvindbaar

Wat als je iemand online niet kan vinden? Best een goed thema voor een thriller...

Een verhaaltje over twee tieners

'Waar gaat het over?' vragen mensen me als ik vertel dat ik een boek aan het schrijven ben.
'Het is fictie, een young adult thriller,' antwoord ik dan, terwijl ik aan hun blik zie dat ze even moeten schakelen. Kennelijk is het in de kringen waarin ik verkeer (tussen mijn collega's) logischer dat ik een non-fictie boek schrijf.
'Ook knap,' zeggen de meesten als mijn antwoord wat is ingedaald. 'En waar gaat het over?'
Tijd voor de pitch, denk ik, de pitch die ik tijdens mijn schrijfvakantie heb geoefend. Toch improviseer ik meestal wat op de moment dat mensen echt geïnteresseerd zijn en doorvragen. Er komt dan iets uit mijn mond als: 'Het gaat over een televisieprogramma, over privacy en over het opzoeken van grenzen.'
Op dit moment in het gesprek begint men langzaam weer onder de indruk te raken. 'Wat knap. Ik zou het niet kunnen.'
'Tuurlijk, iedereen kan dat. Het kostte heel wat tijd, maar uiteindelijk is het gewoon een leuk verhaaltje over twee tieners geworden.'

Nu mijn verhaal af is en bij een proeflezer ligt, ben ik afwisselend heel trots en heel onzeker. Hoe heb ik in hemelsnaam zoveel woorden kunnen schrijven over zo'n eenvoudig en dun verhaaltje? Hoe kan mijn simpele schrijfstijl ooit goed genoeg gevonden worden door een uitgever? Is dit echt het verhaal waarmee ik wil debuteren?
Gelukkig ben ik soms ook gewoon trots. Mijn verhaaltje over twee tieners is er toch maar mooi gekomen.