Proefdruk

Het is 2020, het jaar waarin Privacy Live gaat verschijnen. Ik heb de proefdruk binnen: een echt boek, van papier, 275 bladzijden dik. Ik aai de kaft, ruik aan het papier en laat de bladzijden door mijn vingers glijden. De letters vormen mijn woorden, mijn zinnen. Jente en Daniël komen tot leven in 89 hoofdstukken, zwart op wit. Het is echt...

Nog één keer moet ik er doorheen. Zijn de woorden netjes afgebroken? Staan de witregels goed? Klopt de hoofdstuknummering? Ik heb de woorden en zinnen nu al zo vaak gezien, dat ik compleet blind ben geworden voor mijn eigen tekst.

Dat dacht ik, maar dat blijkt niet zo te zijn. Eenmaal op papier herken ik mijn eigen zinnen niet meer terug. Niks herinnert me nog aan de dansende letters op mijn laptop, aan de zoveelste check. Nee, met het boek in mijn hand, kan ik van een afstandje mijn eigen verhaal lezen. En dat is eigenlijk best een leuk verhaal!

Het boek sluit af met het dankwoord van de auteur. Ik lees het altijd graag. In dit dankwoord staan bekende namen. Namen van mensen die me de afgelopen jaren hebben gesteund, geholpen, die kritiek hebben geleverd, die er voor me waren. Ik word er warm van.

De laatste verbeteringen stuur ik naar mijn uitgever, de laatst kans op een - ja, ik weet dat het niet bestaat, maar ik droom graag - foutloos boek. Mijn boek is af. Dit was mijn deel, nog even en dan is het de beurt aan de lezers...

Debuteren, niet in de kouwe kleren

Ik ga debuteren, mijn eerst boek, de young adult Privacy Live, gaat verschijnen. Begin november kreeg ik een telefoontje van uitgeverij LetterRijn dat ze mijn boek wilden uitgeven. Daarna stapte ik in een sneltrein, die nog steeds heel hard rijdt.

In zes weken tijd heb ik een korte biografie geschreven, een achterflaptekst en samen met de uitgever een kaft ontworpen. Over al die dingen heb ik nagedacht, getwijfeld, overlegd, opnieuw getwijfeld en uiteindelijk besloten.
Ook heb ik de eerste redactie van mijn manuscript ontvangen en alle wijzigingen doorgevoerd (nadat ik er eerst over had nagedacht en getwijfeld), ik heb de mening van de proeflezers geïncasseerd, een nieuwe versie teruggestuurd en momenteel ben ik bezig de tweede redactieronde te verwerken. En of het vóór de kerst af kan zijn.

Maar dat is nog niet alles. Ik ben in gesprek met de eigenaar van een hele leuke lokatie in Leiden voor de boekpresentie, ik heb aan een paar 'beroemdheden' in mijn netwerk gevraagd om een quote (en evenzoveel afwijzingen ontvangen), ik heb een website gemaakt, plannen bedacht voor de promotie van mijn boek, social media accounts verdubbeld, een contract getekend en nieuwe 'collega's' ontmoet.

Ondertussen zwalken mijn emoties van trots, naar blij, naar zenuwachtig, naar gestrest, naar alles-overkomt-me-ik-heb-geen-enkele-controle-meer-help. En kwetsbaar, ik voel me kwetsbaar, op een goede manier, denk ik.

Dus dat. Debuteren, dat gaat je niet in de kouwe kleren zitten.

In het donkere niets

Ik reken af met de pinpas van de familierekening. Mijn man - altijd op de hoogte van wat er wordt af- en bijgeschreven - zal wel denken: ze gingen een middagje naar Utrecht en nu rekenen ze om negen uur ’s avonds af bij de Burger King op Schiphol. Wat is er gebeurd? Ik stuur hem berichtje: 'Lang verhaal en nee, onze portemonnee is niet gestolen.'

Jasmijn en ik hadden ontspannen gewinkeld in Utrecht. We verheugden ons op een rustige avond. Netflix aan, bord op schoot. Om half zes vertrok de trein van Utrecht richting Leiden. De reis verliep voorspoedig, tot we er bijna waren. Drie minuten voor we zouden aankomen op onze eindbestemming stopte de trein in het donkere niets. Het personeel van de trein informeerde ons goed: er was geen hoogspanning meer. O nee, er stond een defecte trein voor ons. O wacht. Ja, dit was er echt aan de hand: de brug, vlak voor Leiden Lammenschans, was defect.

Reizigers werd geadviseerd de trein naar Gouda te pakken en dan via Den Haag Centraal naar Leiden te reizen. Jasmijn en ik trokken onze wenkbrauwen op. Hoe dan? Waar dan? Maar opeens drong de werkelijkheid tot ons door: nog geen 500 meter van huis zou de trein van rijrichting veranderen en terugrijden naar Alphen aan de Rijn. En ja hoor, daar gingen we. Medereizigers vloekten binnensmonds.
'Dat doen wij dus niet,' zei ik tegen Jasmijn. 'We nemen de bus.' Met mijn routeplanner vond ik ons nieuwe reisschema. We moesten de bus naar Schiphol nemen en dan twee keer overstappen.
Was het maar waar.

We moesten overstappen in Woubrugge. Op een donker kruispunt van autowegen verlieten we de bus. Er reden auto's, maar verder was het er stil, donker en afgelegen. Gelukkig waren we niet de enigen. Met z'n achten wandelden we de TL-verlichte route onder het kruispunt door naar de halte waar de volgende bus ons op zou pikken. Daar wachtten we. Er was een vrouw bij met een absurd kleurige broek, een andere vrouw met een bos krullen, een jonge jongen, een dertiger met een baard en een echtpaar met een enorme koffer. De bus zou over tien minuten komen. Jasmijn en ik bekeken de kaart. We waren al op de helft, hoefden nog maar een klein stukje.

In de verte zagen we de bus naderen. De man met de baard stak zijn hand uit. Het leek me een overbodig gebaar, we waren met veel meer mensen dan hier op een gewone avond zouden staan. De buschauffeur zou ons echt wel zien. Maar dat leek niet het geval. De bus veranderde noch van richting, noch van snelheid. Meer mensen begonnen met hun armen te zwaaien, maar de bus denderde ons voorbij. Hij zat stamp- en stampvol zat. Iemand vloekte. Ik pakte de routeplanner erbij. De volgende bus zou komen over … een uur. Een diepe zucht, nerveus gegiechel. Het voelde als een déja vu – weet je nog die keer dat we de nachttrein misten? – we hadden verkeerd gegokt, dit was niet de snelste weg naar huis.

De vrouw met krullen stapte op ons af. ‘Zullen we een taxi bellen?’ Wij knikten. We moesten alle drie naar Leiden Lammenschans. Ze begon te bellen en ondanks dat ze telkens iemand aan de lijn kreeg, had niemand een taxi beschikbaar om naar deze plek te komen. Ze belde haar man, die nam niet op. De vrouw met de gekleurde broek kwam bij ons staan. 'Mag ik ook met jullie meerijden naar Leiden?' Ondertussen installeerde ik de Uber-app. ‘Er zijn geen auto’s beschikbaar’, stond er in grote letters op het scherm.

Op dat moment stopte er een auto bij de halte. De jonge jongen rende eropaf, opende de achterdeur en schoof naar binnen. Als eerste gered. Hij wilde net de deur dichttrekken, toen het echtpaar met de grote koffer aan de bestuurder vroeg of ze mee mochten rijden. De vader van de jongen knikte. Ik keek naar de vrouw met de krullen die de zoveelste taxicentrale aan de lijn had. Toen ik me terugdraaide zag ik nog net hoe de vrouw met de broek de deur van de auto dichttrok.

Daar stonden we dan. Jasmijn, ik en de vrouw met de krullen. En de man met de baard. Die bekende schoorvoetend dat hij ook opgehaald zou worden, maar niet in de richting van Leiden ging. We keken elkaar aan. 'Misschien moeten we dan toch maar de bus naar Schiphol nemen. Dan weten we zeker dat we thuis komen.' Dus liepen we met z'n drieën door de tunnel terug en stapten in de volgende bus naar Schiphol.

Op de luchthaven verlieten we de bus. ‘Waar is onze vrouw?’ vroeg Jasmijn, terwijl ze zoekend om zich heen keek. Het samen-uit-samen-thuis gevoel is sterk ontwikkeld bij haar. We wachtten op de krullenbol en namen netjes afscheid. Zij ging direct door naar Leiden, wij besloten eerst wat te eten. Het was inmiddels acht uur en we hadden trek. Gelukkig was er bij de Burger King nog een tafeltje vrij. 

Winst?!

Twee keer eerder deed ik mee met een schrijfwedstrijd. Twee keer haalde ik de longlist en twee keer bleef het daarbij. Dat ik niet won, daar had ik vrede mee - ik had zelfs niet anders verwacht - maar dat ik geen feedback kreeg, dat vond ik behoorlijk frustrerend. Nu weet ik wel, het is zeer ongebruikelijk dat je als deelnemer iets terughoort van de jury over je verhaal, maar toch... Waarom was mijn verhaal niet verder gekomen dan de longlist? Op deze manier leerde ik er niks van.

Gisteren zat ik op kantoor en zag ik dat ene Facebook-berichtje langskomen - ik zit echt niet de hele dag op Facebook tijdens werktijd, hoor, maar gisteren toevallig even - en toen gilde ik, begon oppervlakkig te ademen en nadat ik het berichtje drie keer goed had gelezen, verscheen er een glimlach op mijn gezicht die de hele dag niet meer verdween. Ik kan het nog steeds nauwelijks geloven: ik heb een schrijfwedstrijd gewonnen. Drie maal is scheepsrecht.

'Wat heb je gewonnen?' vroegen mijn collega's.
'Nou... eh... niks eigenlijk, behalve dat mijn verhaal in een e-book staat, wat gratis te downloaden is, op Hebban.nl, de grootste lezerscommunity van Nederland, met een prachtige cover, gemaakt door Sander Verheijen, waar mijn (schrijf)naam megagroot op staat.'
Ze keken me een beetje schaapachtig aan. 'Maar geen prijs dus.'
'Ik kan niet blijer zijn,' zei ik en ze zijn lief, dus waren ze ook blij voor mij (nadat ik hen had getrakteerd op koffie en muffins).

Confronterend, dat mijn schrijfnaam nu in één klap out in the open is. Angstaanjagend, dat iedereen mijn verhaal nu gaat lezen. Maar, wat ben ik trots, wat ben ik blij met de hartverwarmende reacties online en wat ben ik dankbaar voor de hulp die ik gekregen heb tijdens het schrijven van het verhaal (Irene, Theo, dank jullie wel!).
Maar het allerfijnste vind ik dat ik nu eindelijk een keer feedback van de jury heb gekregen op een verhaal!

En dan nu nog één keertje de link naar Hebban waar je het e-book met mijn verhaal erin kan downloaden :-)

De kapster

'Ik zag dat je aan het lezen was. Wat lees je?'
Ik kijk naar de e-reader die uit mijn tas steekt. Gelukkig is de kaft niet zichtbaar.
'Een roman,' zeg ik neutraal.

Mijn haar moet nodig geknipt, maar ik ga niet graag naar de kapper. Er werken een stuk of tien meiden die ik nooit uit elkaar kan houden. Jonge meiden met te veel make-up, hun haar elke keer in een andere kleur en hun gespreksstof altijd hetzelfde: het weer en de snelheid waarmee hun kleine kinderen witte kleding vies maken. Ik heb werkelijk niets met hen gemeen. Ik draag zelden make-up, mijn haar is niet geverfd en ik heb mijn kinderen nog nooit iets wits aangetrokken. Mijn uiterlijk of dat van mijn kinderen is niet mijn hobby. Nee, mijn hobby is lezen.

Ik lees graag en veel. Nu geef ik toe: hoe drukker mijn werk, hoe luchtiger mijn leesvoer, wat er op neer komt dat ik de laatste tijd voornamelijk romantische tussendoortjes lees. Voor literatuur, klassiekers of de nieuwste van Jan Siebelink heb ik aan het eind van de dag simpelweg geen energie meer. Dat betekent overigens niet dat ik flutromannetjes lees. Ik verwacht veel van de boeken die ik lees. Ze moeten goed geschreven zijn, het verhaal moet origineel zijn (behalve het einde, dat heb ik graag voorspelbaar) en de personages moeten kloppen qua psychologie (niet eerst zeggen dat je een huismus bent, om vervolgens elke avond de hort op te gaan). Geen bouquet-reeks dus, maar wel feelgood.

Het gezicht van de kapster licht op. 'Feelgood? Vertel! Ik doe niets anders dan lezen!'
Ik glimlach. 'Ken je Colleen Hoover? Dit boek, Onvoorwaardelijk, lees ik nu voor de tweede keer.'
Ze pakt een schaar en schudt haar hoofd. 'Ken ik niet. Zelf ben ik helemaal gek op Jodi Ellen Malpas. Mijn man is mijn favoriet. Het eerste boek in dit genre wat ik las en ik was meteen verkocht.'
Ik knik enthousiast, terwijl zij de dode puntjes uit mijn haar knipt. 'Dat had ik met Colleen Hoover. Cora Cormack vind ik trouwens ook heel goed. En heb je al 'ns iets van Marijke Vos gelezen?'
'Weet je op welke website je moet kijken? Daar ga ik altijd heen om inspiratie op te doen. ChickLit.nl!'
Ik moet lachen. Zal ik het vertellen? Of ben ik dan aan een opschepper? Voorzichtig zeg ik: 'Ik ben de bedenker van ChickLit.nl. Toen ik geen website kon vinden over dit soort boeken, heb ik er zelf maar een gemaakt.'
'Wat?!' De kapster kijkt me aan alsof ze water ziet branden. 'Vertel me alles!'
En omdat zij een schaar in haar handen heeft en ik zonder bril niet goed zie wat ze doet, doe ik wat ze zegt.

Een half uur later zijn mijn haren geföhnd, hebben we nummers uitgewisseld en heb ik Mijn man online besteld. Ik huppel naar huis. Vanaf nu betekent naar de kapper gaan niet meer dat ik ongemakkelijke gesprekjes hoef te voeren over het weer, maar dat ik een half uur lang boekentips mag uitwisselen met iemand die me begrijpt.
Wat kan ik doen om maar haar sneller te laten groeien?