Debuteren, niet in de kouwe kleren

Ik ga debuteren, mijn eerst boek, de young adult Privacy Live, gaat verschijnen. Begin november kreeg ik een telefoontje van uitgeverij LetterRijn dat ze mijn boek wilden uitgeven. Daarna stapte ik in een sneltrein, die nog steeds heel hard rijdt.

In zes weken tijd heb ik een korte biografie geschreven, een achterflaptekst en samen met de uitgever een kaft ontworpen. Over al die dingen heb ik nagedacht, getwijfeld, overlegd, opnieuw getwijfeld en uiteindelijk besloten.
Ook heb ik de eerste redactie van mijn manuscript ontvangen en alle wijzigingen doorgevoerd (nadat ik er eerst over had nagedacht en getwijfeld), ik heb de mening van de proeflezers geïncasseerd, een nieuwe versie teruggestuurd en momenteel ben ik bezig de tweede redactieronde te verwerken. En of het vóór de kerst af kan zijn.

Maar dat is nog niet alles. Ik ben in gesprek met de eigenaar van een hele leuke lokatie in Leiden voor de boekpresentie, ik heb aan een paar 'beroemdheden' in mijn netwerk gevraagd om een quote (en evenzoveel afwijzingen ontvangen), ik heb een website gemaakt, plannen bedacht voor de promotie van mijn boek, social media accounts verdubbeld, een contract getekend en nieuwe 'collega's' ontmoet.

Ondertussen zwalken mijn emoties van trots, naar blij, naar zenuwachtig, naar gestrest, naar alles-overkomt-me-ik-heb-geen-enkele-controle-meer-help. En kwetsbaar, ik voel me kwetsbaar, op een goede manier, denk ik.

Dus dat. Debuteren, dat gaat je niet in de kouwe kleren zitten.

In het donkere niets

Ik reken af met de pinpas van de familierekening. Mijn man - altijd op de hoogte van wat er wordt af- en bijgeschreven - zal wel denken: ze gingen een middagje naar Utrecht en nu rekenen ze om negen uur ’s avonds af bij de Burger King op Schiphol. Wat is er gebeurd? Ik stuur hem berichtje: 'Lang verhaal en nee, onze portemonnee is niet gestolen.'

Jasmijn en ik hadden ontspannen gewinkeld in Utrecht. We verheugden ons op een rustige avond. Netflix aan, bord op schoot. Om half zes vertrok de trein van Utrecht richting Leiden. De reis verliep voorspoedig, tot we er bijna waren. Drie minuten voor we zouden aankomen op onze eindbestemming stopte de trein in het donkere niets. Het personeel van de trein informeerde ons goed: er was geen hoogspanning meer. O nee, er stond een defecte trein voor ons. O wacht. Ja, dit was er echt aan de hand: de brug, vlak voor Leiden Lammenschans, was defect.

Reizigers werd geadviseerd de trein naar Gouda te pakken en dan via Den Haag Centraal naar Leiden te reizen. Jasmijn en ik trokken onze wenkbrauwen op. Hoe dan? Waar dan? Maar opeens drong de werkelijkheid tot ons door: nog geen 500 meter van huis zou de trein van rijrichting veranderen en terugrijden naar Alphen aan de Rijn. En ja hoor, daar gingen we. Medereizigers vloekten binnensmonds.
'Dat doen wij dus niet,' zei ik tegen Jasmijn. 'We nemen de bus.' Met mijn routeplanner vond ik ons nieuwe reisschema. We moesten de bus naar Schiphol nemen en dan twee keer overstappen.
Was het maar waar.

We moesten overstappen in Woubrugge. Op een donker kruispunt van autowegen verlieten we de bus. Er reden auto's, maar verder was het er stil, donker en afgelegen. Gelukkig waren we niet de enigen. Met z'n achten wandelden we de TL-verlichte route onder het kruispunt door naar de halte waar de volgende bus ons op zou pikken. Daar wachtten we. Er was een vrouw bij met een absurd kleurige broek, een andere vrouw met een bos krullen, een jonge jongen, een dertiger met een baard en een echtpaar met een enorme koffer. De bus zou over tien minuten komen. Jasmijn en ik bekeken de kaart. We waren al op de helft, hoefden nog maar een klein stukje.

In de verte zagen we de bus naderen. De man met de baard stak zijn hand uit. Het leek me een overbodig gebaar, we waren met veel meer mensen dan hier op een gewone avond zouden staan. De buschauffeur zou ons echt wel zien. Maar dat leek niet het geval. De bus veranderde noch van richting, noch van snelheid. Meer mensen begonnen met hun armen te zwaaien, maar de bus denderde ons voorbij. Hij zat stamp- en stampvol zat. Iemand vloekte. Ik pakte de routeplanner erbij. De volgende bus zou komen over … een uur. Een diepe zucht, nerveus gegiechel. Het voelde als een déja vu – weet je nog die keer dat we de nachttrein misten? – we hadden verkeerd gegokt, dit was niet de snelste weg naar huis.

De vrouw met krullen stapte op ons af. ‘Zullen we een taxi bellen?’ Wij knikten. We moesten alle drie naar Leiden Lammenschans. Ze begon te bellen en ondanks dat ze telkens iemand aan de lijn kreeg, had niemand een taxi beschikbaar om naar deze plek te komen. Ze belde haar man, die nam niet op. De vrouw met de gekleurde broek kwam bij ons staan. 'Mag ik ook met jullie meerijden naar Leiden?' Ondertussen installeerde ik de Uber-app. ‘Er zijn geen auto’s beschikbaar’, stond er in grote letters op het scherm.

Op dat moment stopte er een auto bij de halte. De jonge jongen rende eropaf, opende de achterdeur en schoof naar binnen. Als eerste gered. Hij wilde net de deur dichttrekken, toen het echtpaar met de grote koffer aan de bestuurder vroeg of ze mee mochten rijden. De vader van de jongen knikte. Ik keek naar de vrouw met de krullen die de zoveelste taxicentrale aan de lijn had. Toen ik me terugdraaide zag ik nog net hoe de vrouw met de broek de deur van de auto dichttrok.

Daar stonden we dan. Jasmijn, ik en de vrouw met de krullen. En de man met de baard. Die bekende schoorvoetend dat hij ook opgehaald zou worden, maar niet in de richting van Leiden ging. We keken elkaar aan. 'Misschien moeten we dan toch maar de bus naar Schiphol nemen. Dan weten we zeker dat we thuis komen.' Dus liepen we met z'n drieën door de tunnel terug en stapten in de volgende bus naar Schiphol.

Op de luchthaven verlieten we de bus. ‘Waar is onze vrouw?’ vroeg Jasmijn, terwijl ze zoekend om zich heen keek. Het samen-uit-samen-thuis gevoel is sterk ontwikkeld bij haar. We wachtten op de krullenbol en namen netjes afscheid. Zij ging direct door naar Leiden, wij besloten eerst wat te eten. Het was inmiddels acht uur en we hadden trek. Gelukkig was er bij de Burger King nog een tafeltje vrij. 

Winst?!

Twee keer eerder deed ik mee met een schrijfwedstrijd. Twee keer haalde ik de longlist en twee keer bleef het daarbij. Dat ik niet won, daar had ik vrede mee - ik had zelfs niet anders verwacht - maar dat ik geen feedback kreeg, dat vond ik behoorlijk frustrerend. Nu weet ik wel, het is zeer ongebruikelijk dat je als deelnemer iets terughoort van de jury over je verhaal, maar toch... Waarom was mijn verhaal niet verder gekomen dan de longlist? Op deze manier leerde ik er niks van.

Gisteren zat ik op kantoor en zag ik dat ene Facebook-berichtje langskomen - ik zit echt niet de hele dag op Facebook tijdens werktijd, hoor, maar gisteren toevallig even - en toen gilde ik, begon oppervlakkig te ademen en nadat ik het berichtje drie keer goed had gelezen, verscheen er een glimlach op mijn gezicht die de hele dag niet meer verdween. Ik kan het nog steeds nauwelijks geloven: ik heb een schrijfwedstrijd gewonnen. Drie maal is scheepsrecht.

'Wat heb je gewonnen?' vroegen mijn collega's.
'Nou... eh... niks eigenlijk, behalve dat mijn verhaal in een e-book staat, wat gratis te downloaden is, op Hebban.nl, de grootste lezerscommunity van Nederland, met een prachtige cover, gemaakt door Sander Verheijen, waar mijn (schrijf)naam megagroot op staat.'
Ze keken me een beetje schaapachtig aan. 'Maar geen prijs dus.'
'Ik kan niet blijer zijn,' zei ik en ze zijn lief, dus waren ze ook blij voor mij (nadat ik hen had getrakteerd op koffie en muffins).

Confronterend, dat mijn schrijfnaam nu in één klap out in the open is. Angstaanjagend, dat iedereen mijn verhaal nu gaat lezen. Maar, wat ben ik trots, wat ben ik blij met de hartverwarmende reacties online en wat ben ik dankbaar voor de hulp die ik gekregen heb tijdens het schrijven van het verhaal (Irene, Theo, dank jullie wel!).
Maar het allerfijnste vind ik dat ik nu eindelijk een keer feedback van de jury heb gekregen op een verhaal!

En dan nu nog één keertje de link naar Hebban waar je het e-book met mijn verhaal erin kan downloaden :-)

De nachttrein

Kwart over drie 's nachts. Het is heet in de wachtkamer van het Hauptbahnhof in Salzburg. Er hangt een bedompte zweetlucht. Blote armen en benen, voeten. In de kleine ruimte zitten zo'n 12 vakantiegangers. Ze slapen. Tegenover me zit een vrouw, schoenen uit, leunend tegen haar tas. Haar T-shirt is omhoog geschoven, een witte buik kruipt naar buiten. Naast haar ligt een man. Hij heeft zijn rug acrobatisch over de stoelleuning gekromd. Zijn tas gebruikt hij als kussen. Achterin hangt een man zover naar voren dat zijn hoofd bijna de vloer raakt. Naast hem zit een Indiër die zijn hoofd naar achteren heeft laten vallen, mond wijd open, en schaamteloos snurkt. Jasmijn vindt een plek tussen een roodharige student in de foetushouding en een stopcontact. Ik hoor dat ze haar lader erin steekt.

We hebben een heerlijke vakantie gehad. Noord-Italië, de bergen, Verona. Salzburg ligt dus behoorlijk uit de route en stond niet op ons reisschema.
Het begon toen we dit jaar besloten met de nachttrein te reizen: beter voor het milieu dan vliegen en leuk om 'ns mee te maken. De heenreis was prima te doen (oké, het bed was te kort was voor mijn man en we konden door het geschommel niet slapen, maar het was te doen). In de woorden van Jasmijn: 'De nacht was kut, maar de ervaring was goed.'
De vakantie die erop volgde was heerlijk en autoloos. Geen gedoe met parkeren, routes zoeken en wie-is-eigenlijk-de-Bob-blikken over de cafétafel vol Aperol Spritz. De benenwagen en de bus bevielen ons uitstekend.

Op de terugreis ging het mis. Vandaar dat we nu op deze vreemde plek zijn aanbeland. De liggende man strekt zijn benen uit en legt zijn gympen op de schoot van de vrouw naast hem. Met een vies gezicht duwt ze ze van zich af. De man gaat rechtop zitten, brabbelt wat dronken taal uit - volgens mij in het Duits, maar het kan een andere taal zijn - en valt weer in slaap. Er gaat een ringtoon af. Iedereen opent geïrriteerd zijn ogen, behalve de dronken man, die er met zijn oor op lijkt te liggen. Het geluid gaat veel te lang door voor een telefoontje. Zou het zijn wekker zijn? Moet hij een trein halen? Een oudere dame probeert hem voorzichtig wakker te schudden. Hij blijft slapen. Opnieuw legt hij zijn voeten op de schoot van de vrouw naast hem. Opnieuw duwt ze ze weg. Opnieuw brabbelt hij wat in zijn slaap. Ik hoor dat Jasmijn haar lach probeert in te houden, maar het lukt haar niet. Deze plek, met deze mensen, deze hitte, deze geur, op dit tijdstip, het is te bizar voor woorden. Met de slappe lach staat ze op en loopt de stationshal in.

De reis naar de nachttrein was krap geboekt (netjes via de treinreiswinkel). We hadden 8 minuten overstaptijd, wat niet genoeg bleek. Onze aansluitende trein had een half uur vertraging en hoewel 'normal die Nachtzug wart auf dieser Anslussung' was hij in geen velden of wegen te bekennen toen we om 9 uur 's avonds in Innsbruck arriveerden.
Bij het loket van de ÖBB werden we keurig geholpen. We kregen hotelbonnen en mochten ons melden bij het Ibis-hotel aan de overkant van het station. We waren moe en bezweet en de belofte van een douche maakte de vertraging bijna goed. Een chagrijnige mevrouw achter de balie van het hotel vertelde ons echter dat ze volgeboekt was. Terug op het station bleken alle loketten van de ÖBB inmiddels gesloten. We besloten door te reizen.
Er ging geen rechtstreekse trein naar München meer, dus wachtten we tot we om kwart voor 1 op de trein naar Salzburg konden stappen om van daaruit naar München te reizen. Met volle koffers en zonder stoelreservering zochten we tussen de slapende mensen naar vrije plaatsen. Om 3 uur kwamen we in Salzburg aan.

Het is inmiddels kwart over 4. We staan op om de trein van Salzburg naar München te halen. De rest van de mensen blijft liggen. We weten nog niet dat onze reis nog ruim 12 uur zal gaan duren, dat we nog twee keer vertraging zullen hebben: een keer vanwege een agressieve man en een arrestatie en een keer omdat een trein niet verder kan rijden en we met de bus verder vervoerd worden.
'Wat een kutreis,' zegt Jasmijn terwijl we naar het perron lopen, 'maar de ervaring is top!' 

De kapster

'Ik zag dat je aan het lezen was. Wat lees je?'
Ik kijk naar de e-reader die uit mijn tas steekt. Gelukkig is de kaft niet zichtbaar.
'Een roman,' zeg ik neutraal.

Mijn haar moet nodig geknipt, maar ik ga niet graag naar de kapper. Er werken een stuk of tien meiden die ik nooit uit elkaar kan houden. Jonge meiden met te veel make-up, hun haar elke keer in een andere kleur en hun gespreksstof altijd hetzelfde: het weer en de snelheid waarmee hun kleine kinderen witte kleding vies maken. Ik heb werkelijk niets met hen gemeen. Ik draag zelden make-up, mijn haar is niet geverfd en ik heb mijn kinderen nog nooit iets wits aangetrokken. Mijn uiterlijk of dat van mijn kinderen is niet mijn hobby. Nee, mijn hobby is lezen.

Ik lees graag en veel. Nu geef ik toe: hoe drukker mijn werk, hoe luchtiger mijn leesvoer, wat er op neer komt dat ik de laatste tijd voornamelijk romantische tussendoortjes lees. Voor literatuur, klassiekers of de nieuwste van Jan Siebelink heb ik aan het eind van de dag simpelweg geen energie meer. Dat betekent overigens niet dat ik flutromannetjes lees. Ik verwacht veel van de boeken die ik lees. Ze moeten goed geschreven zijn, het verhaal moet origineel zijn (behalve het einde, dat heb ik graag voorspelbaar) en de personages moeten kloppen qua psychologie (niet eerst zeggen dat je een huismus bent, om vervolgens elke avond de hort op te gaan). Geen bouquet-reeks dus, maar wel feelgood.

Het gezicht van de kapster licht op. 'Feelgood? Vertel! Ik doe niets anders dan lezen!'
Ik glimlach. 'Ken je Colleen Hoover? Dit boek, Onvoorwaardelijk, lees ik nu voor de tweede keer.'
Ze pakt een schaar en schudt haar hoofd. 'Ken ik niet. Zelf ben ik helemaal gek op Jodi Ellen Malpas. Mijn man is mijn favoriet. Het eerste boek in dit genre wat ik las en ik was meteen verkocht.'
Ik knik enthousiast, terwijl zij de dode puntjes uit mijn haar knipt. 'Dat had ik met Colleen Hoover. Cora Cormack vind ik trouwens ook heel goed. En heb je al 'ns iets van Marijke Vos gelezen?'
'Weet je op welke website je moet kijken? Daar ga ik altijd heen om inspiratie op te doen. ChickLit.nl!'
Ik moet lachen. Zal ik het vertellen? Of ben ik dan aan een opschepper? Voorzichtig zeg ik: 'Ik ben de bedenker van ChickLit.nl. Toen ik geen website kon vinden over dit soort boeken, heb ik er zelf maar een gemaakt.'
'Wat?!' De kapster kijkt me aan alsof ze water ziet branden. 'Vertel me alles!'
En omdat zij een schaar in haar handen heeft en ik zonder bril niet goed zie wat ze doet, doe ik wat ze zegt.

Een half uur later zijn mijn haren geföhnd, hebben we nummers uitgewisseld en heb ik Mijn man online besteld. Ik huppel naar huis. Vanaf nu betekent naar de kapper gaan niet meer dat ik ongemakkelijke gesprekjes hoef te voeren over het weer, maar dat ik een half uur lang boekentips mag uitwisselen met iemand die me begrijpt.
Wat kan ik doen om maar haar sneller te laten groeien? 

Mijn tweede boek

Gisteren heb ik de eerste helft van mijn tweede boek (werktitel: Schoonheid) opgestuurd om te laten beoordelen door de Thriller Academie.

Omdat ik wilde leren schrijven ben ik begonnen met het gewoon te doen. Toen ik halverwege dat proces bleef hangen, heb ik op schrijfvakantie geleerd hoe ik van schrijven een routine kan maken. Nu, terwijl ik bezig ben met boek nummer 2, merk ik dat ik opnieuw het gevoel heb vast te lopen. Ik heb vragen waar ik een antwoord op wil: Wat doe ik van nature goed en wat moet echt beter? Waar zou een les in techniek me helpen en waar kan ik beter het oordeel van proeflezers vragen? Was ik eerst 'onbewust onbekwaam', tegenwoordig ben ik 'bewust onbekwaam', zoals ik dat op mijn werk leer.

Deze manuscript beoordeling zie ik dan ook als twee vliegen in één klap. Ten eerste ga ik er (hopelijk) heel veel van leren en ten tweede gaat het mijn tweede manuscript weer een stuk beter maken (hoop ik). Ja, mijn verwachtingen zijn hoog.

In de tussentijd, met het lentezonnetje in de tuin, merk ik dat de creativiteit en het enthousiasme voor het schrijversvak weer begint te stromen. Ik barst van de ideeën voor nieuwe verhalen, ik kan niet wachten tot ik met een nieuw boek mag beginnen en wilde dat het al oktober was (dan heb ik een schrijfweek gepland).

Maar eerst moet ik nog even mijn tweede boek afschrijven. 56.000 woorden staan al op papier, nog zo'n 24.000 te gaan. 

Horizon taal

Sinds deze week ligt de verhalenbundel Horizon Taal in de digitale boekenwinkel. Ik ben een van de 27 schrijvers die voor dit boekje een verhaal inleverde. De andere verhalen zijn van deelnemers van de schrijfvakanties van Marlen Visser en een verhaal is van de juf zelf.

Ik heb geholpen om deze bundel, uitgegeven in eigen beheer, te maken. Een boek maken vanuit het niets is altijd weer een bijzonder proces. Eerst moet elke punt en komma goed staan. Vervolgens bepaalt de lettergrootte hoeveel pagina's het boek krijgt. En tot slot moet de cover precies op maat gemaakt worden.

Tijdens het proces moeten heel veel keuzes gemaakt worden. Welke afmetingen krijgt het boek? Wat is een mooi lettertype? Moeten Engelse termen cursief worden? In een team van vijf mensen betekent dat veel overleg, heen en weer gemail en compromissen sluiten.

Het resultaat mag er zijn, al zeg ik het zelf. Van mij staat er een klein verhaaltje in, dat ik eerder publiceerde in een bundeltje columns. Stiekem en onder pseudoniem. Het heeft even geduurd voor ik uit durfde te komen voor mijn schrijfsels, maar het point of no return is inmiddels ruim gepasseerd.

Voor wie het leuk vindt om te lezen wat beginnende (en meer gevorderde) schrijvers zoal schrijven, voor wie interesse heeft in de schrijfvakanties van Marlen en voor wie wil zien hoe mooi een boek in eigen beheer eruit kan zien is dit boekje zeker de moeite waard.

Auteur: Diverse auteurs
ISBN: 9789463670449

Ouderwetse draaischijf

Dit filmpje is zo grappig! Deze jongens hebben nog nooit een telefoon met een draaischijf gebruikt en hebben geen idee hoe hem te bedienen.

Werktitel

Mijn tweede boek bestaat inmiddels uit ruim 50.000 woorden. De werktitel van dit nieuwe verhaal is Schoonheid en het is een klassieke (jonge) vrouwenthriller. Tenminste, dat is de bedoeling. Dat een duidelijk genre belangrijk is voor een boek heb ik bij mijn eerste boek geleerd.
Of dat eerste boek ooit nog uitgegeven wordt? Wie weet. Voorlopig is het mijn voornemen om eerst Schoonheid af te schrijven. Het liefst voor de zomer, zodat ik de (hopelijk) zonnige maanden kan gebruiken om nieuwe ideeën te bedenken. In het najaar heb ik een weekje vrij gepland om mijn eerste boek, met de werktitel Privacy Live, nog eenmaal te herschrijven. Ik heb van diverse proeflezers commentaar en tips gekregen en daar ben ik heel erg dankbaar voor. In oktober zal ik deze allemaal langslopen en kijken wat ik er mee kan doen.

Dat is het plan. De kans bestaat dat ik precies die vrije week geen zin heb in mijn eerste boek. Misschien ben ik die week wel gegrepen door een idee voor boek 3 of boek 4. Misschien heb ik zin om een week lang blogs te schrijven of research te doen. Misschien wil ik de hele week Netflixen omdat dat is waar ik behoefte aan heb.

Kortom, een planning bestaat om er vanaf te kunnen wijken. Tot de zomer is de bedoeling dat ik elk weekend aan het schrijven ben. In Schoonheid draait het allemaal om de stamboom van de familie van Fee. Er blijken nogal wat familiegeheimen te zijn. Fee ontdekt dat ze een oom heeft waarvan ze het bestaan niet wist. Uiteraard gaat ze op onderzoek uit, terwijl ze steeds meer signalen krijgt dat iemand wil dat ze daarmee stopt. Best een klassieke thriller, toch?

Op schrijfvakantie

Op Facebook volg ik ontzettend veel mensen die iets met boeken doen, lezers, recensenten, schrijvers, bloggers en nog veel meer. In het najaar van 2017 kwam er een post langs van een schrijfvakantie. Een week op de waddenzee, met Marlen Visser, schrijfles en goed gezelschap.
'Wat leuk voor beginnende schrijvers,' was mijn eerste reactie. Dit leek me echt zo'n activiteit waar 'andere mensen' zich voor zouden aanmelden.

Opeens viel er keihard een kwartje. Zelf probeerde ik al 10 jaar een boek te schrijven. Ik had zelfs al 50.000 woorden op papier staan, maar op eigen houtje lukte het me gewoon niet om het af te ronden. Ik had Marlen Visser ooit ontmoet toen ik me nog met VrouwenThrillers.nl bemoeide en zou ik er niks van opsteken dan zou het in ieder geval gezellig worden. De boot vertrok al over twee weken, dus actie was geboden.

Gelukkig werd de vakantie beide: gezellig en een succes. Met voldoende tips, inspiratie, vastberadenheid en zelfvertrouwen stapte ik van het schip. Wat volgde was een half jaar elk weekend schrijven met als resultaat: een afgerond manuscript. Het begin van mijn verhaal Privacy Live is te lezen op Sweek.

Het jaar daarop heb ik me ingeschreven voor Marlens schrijfvakantie in Italie. Opnieuw een groot succes, met meer eten en meer zon, en net zoveel gezelligheid. Ik zou het iedereen aanraden. Voor mij zijn de vakanties 'life changing' geweest. Nog steeds schrijf ik (bijna) elk weekend en werk ik nu aan mijn tweede manuscript. Mijn oefenboek ga ik hierna weer oppakken.

Ben je nieuwsgierig geworden? Er zijn dit jaar nog plaatsen vrij! Ga naar www.marlenbeekvisser.nl voor meer informatie.