Tussen de luipaarden

Met je zoontje uit de auto stappen middenin het Safaripark Beekse Bergen. Vandaag zag ik de beelden van het Franse gezin dat dit deed, en vervolgens werd beslopen en aangevallen door de dieren. Niemand raakte gewond, alles liep goed af, maar wat bezielt je om zoiets te doen?
Ik kan de hele dag al aan niets anders denken. Die sprong van de cheeta. Dat kleine jongetje naast de auto. De stemmen van de filmers voor wie het eerst een lolletje is en dan opeens serieus wordt. Bloedserieus. Je hoort de angst in hun stem. Wat bezielt die mensen?

Het is duidelijk te zien dat dit geen stiekeme actie is. Ze nemen hun tijd, het kleine jongetje mag uit de auto, ze maken zelfs even een off-the-road wandelingetje. Gezellig tussen de luipaarden door.
Ze hebben geen idee. Dat het gevaarlijk is wat ze doen. Dat wilde dieren niet voor niets wilde dieren heten.
Zijn dit mensen die ook niet weten dat melk uit een koe komt? Die zelf in de stad zijn grootgebracht, achter een beeldscherm, DVD's kijkend en gamend? Zouden ze hun zoontje een helmpje opdoen als hij een rondje op de stoep gaat fietsen? In ieder geval zijn ze niet meer in staat de ├ęchte gevaren van de wereld te herkennen, zelfs niet als ze erdoor aangestaard en besprongen worden.

Ik hoop dat dit een incident was en niet tekenend voor een hele - veilig achter de televisie opgegroeide - generatie.


Een verhaaltje over twee tieners

'Waar gaat het over?' vragen mensen me als ik vertel dat ik een boek aan het schrijven ben.
'Het is fictie, een young adult thriller,' antwoord ik dan, terwijl ik aan hun blik zie dat ze even moeten schakelen. Kennelijk is het in de kringen waarin ik verkeer (tussen mijn collega's) logischer dat ik een non-fictie boek schrijf.
'Ook knap,' zeggen de meesten als mijn antwoord wat is ingedaald. 'En waar gaat het over?'
Tijd voor de pitch, denk ik, de pitch die ik tijdens mijn schrijfvakantie heb geoefend. Toch improviseer ik meestal wat op de moment dat mensen echt geïnteresseerd zijn en doorvragen. Er komt dan iets uit mijn mond als: 'Het gaat over een televisieprogramma, over privacy en over het opzoeken van grenzen.'
Op dit moment in het gesprek begint men langzaam weer onder de indruk te raken. 'Wat knap. Ik zou het niet kunnen.'
'Tuurlijk, iedereen kan dat. Het kostte heel wat tijd, maar uiteindelijk is het gewoon een leuk verhaaltje over twee tieners geworden.'

Nu mijn verhaal af is en bij een proeflezer ligt, ben ik afwisselend heel trots en heel onzeker. Hoe heb ik in hemelsnaam zoveel woorden kunnen schrijven over zo'n eenvoudig en dun verhaaltje? Hoe kan mijn simpele schrijfstijl ooit goed genoeg gevonden worden door een uitgever? Is dit echt het verhaal waarmee ik wil debuteren?
Gelukkig ben ik soms ook gewoon trots. Mijn verhaaltje over twee tieners is er toch maar mooi gekomen.