Hebben we met sociale media een monster geschapen?

Gisteren bij De Wereld Draait Door een discussie over het effect van Facebook en andere social media op de jongste generaties. Verplichte kost.

Zeik niet zo

Is het leven van een millennial echt zo anders dan van iemand van een eerdere generatie? In Zeik niet zo leggen Anouk Kemper, Marije Sanders en Suzette Hermsen uit hoe dat zit.

Hun betoog is bijzonder grappig. Ik heb me in ieder geval kostelijk vermaakt met dit 'geinige boekie' zoals het op de achterflap wordt genoemd. Vaak moest ik hardop lachen om de zelfspot van de schrijfsters, hun schaamteloosheid, en hun behoefte om gruwelijk eerlijk zo veel mogelijk gênante details openbaar te maken. Zo komen onderwerpen als de seks, daten en kwaaltjes aan de orde en is er heel veel ruimte voor alles wat de drie dames dachten bereikt te hebben op hun dertigste. Wat niet is gelukt.

Het boek is geschreven in een soort blog-achtige spreektaal waarin alle regels rond het maken van een boek aan de laars gelapt worden. De Nederlandse teksten zijn doordrenkt met Engelse termen, geen twee hoofdstukken zijn even lang en punten en komma's lijken willekeurig geplaatst. Nu vind ik taalverrijking prachtig, als het om spreektaal gaat, maar zodra er slordige taal (niet fout, maar slordig) op papier gedrukt wordt, dan lopen toch echt de rillingen over mijn 40+ rug. Papier is in mijn ogen toch een beetje heilig. Niet alles kan je zomaar zwart op wit zetten, voor de eeuwigheid bewaard.

Tussen alle komische voorbeelden door wordt ook de serieuze ondertoon duidelijk. De druk waaronder deze generatie gebukt gaat, de vanzelfsprekendheid waarmee ze zichzelf voortdurend vergelijken met leeftijdsgenoten op social media, is hoog. Net zoals de verwachtingen waarmee ze hun volwassen leven in gestapt zijn. Het gevolg is een oneindige lijst van teleurstellingen. Het is niet raar dat hun lichamen hier tegen protesteren, met onder andere rugpijn en knarsende tanden in de nacht. Gelukkig zijn die symptomen prima te bestrijden met een bitje in je mond tijdens het slapen of door geregeld een fysiotherapeut bezoeken. Wat het leven dan wel weer een beetje drukker maakt.

Het enige wat er dan nog op zit is zelfspot. Heel veel zelfspot. Ik denk dat dit boek voor veel millennials een feest der herkenning is. Een heel grappig feest, met een serieuze ondertoon.


Zeik niet zo
Auteur: Anouk Kemper, Marije Sanders en Suzette Hermsen
Uitgever: Brandt
ISBN: 9789492037640

De all-inclusive generatie

Ze heet Tiffany en is vanaf vandaag onderdeel van ons team. Het management heeft besloten dat de gemiddelde leeftijd van het personeel te hoog is, dus zijn er een aantal jonge mensen van bedrijf AllYouNeed naar binnen gehaald om hier ingewerkt te worden. Tiffany is 22 jaar.

Gisteren wisten we nog van niks, vanmorgen stond ze, met accountmanager van AllYouNeed en CV in haar hand, op de stoep. Tiffany heeft drie jaar gestudeerd, verdeeld over twee studies, met als resultaat: niets, geen diploma, geen werkervaring, niets. Met een lief stemmetje vertelt ze dat ze ‘overal voor in is’, maar het is duidelijk dat ze geen idee heeft wat wij hier doen en al helemaal niet wat zij daaraan gaat bijdragen. Wij weten het evenmin.

Onze teamleidster Rosita is furieus. Met veel plezier en moeite heeft ze vorig jaar een eigen team geformeerd en zo’n vijftien mensen in dienst genomen. 'Dit meisje had ik nóóit aangenomen,' schreeuwt ze door de telefoon. 'Wat heeft het voor voorspellende waarde dat iemand drie jaar gestudeerd heeft en niks heeft afgemaakt?' En dan: 'Ja, dat klopt, ik heb inderdaad mijn bedenkingen bij het aannamebeleid van AllYouNeed.'

Tiffany krijgt van ons enkele inlees- en review-klusjes, maar het is duidelijk dat deze samenwerking stroef zal verlopen. Ze moet elke dag van Uithoorn naar Rotterdam komen en dat blijkt, ondanks haar leaseauto, een hele opgave voor haar. Ook doen we moeizaam een poging om een gesprek aan te knopen met dit meisje dat niet bij ons team lijkt te passen. Niet vanwege haar kwaliteiten en ook niet vanwege haar sprankelende karakter. Ze is zo groen, zo karakterloos, zo jong.

Uit gesprekjes met haar blijkt dat ze nooit uitgaat in het weekend - wat wij oudjes verwachten van iemand van haar leeftijd - maar in plaats daarvan met haar vriendje op de bank zit om een film te kijken. Dat ze niet elke avond gaat dansen is af te zien aan haar postuur. Tiffany is dik, dik zoals jonge mensen dat tegenwoordig zijn: mooi in proportie, maar met een buik die over haar iets te strakke broek bolt. Daarboven draagt ze een te kort en te wit T-shirt dat niks aan de verbeelding overlaat. Uiteraard slaat ze geen enkele traktatie af.

Tiffany woont nog thuis en gaat van de zomer met haar ouders op vakantie. Haar vriendje mag ook mee. 'Lekker goedkoop,' zegt ze erbij, wat misschien stoer klinkt onder haar leeftijdsgenoten, maar wat wij nogal triest vinden. Lekker goedkoop, lekker makkelijk, lekker lui. 'Ga reizen, ga op jezelf wonen, ga levenservaring opdoen, ga je passie volgen,' zou ik haar toe willen schreeuwen.

Maar Tiffany kan er zelf natuurlijk helemaal niks aan doen dat wij verrast werden door haar komst, dat ze op anderhalf uur reizen van haar woonplaats terecht kwam en dat ze nooit geleerd heeft om iets af te maken. En ook niet aan het feit dat ze niet op zichzelf woont, nooit daadkracht heeft hoeven laten zien, nooit initiatief heeft hoeven nemen en geen passie heeft ontwikkeld. Ook kan ze er niets aan doen dat ze meer calorieën binnenkrijgt dan ze verbruikt. Ze is van de all-inclusive generatie en ze zal het tijdens haar leven nog zwaar genoeg krijgen. Wij zijn aardig voor haar geweest.

Na een week is het Rosita gelukt om Tiffany bij een ander team te plaatsen, in Amsterdam, dichter bij huis. 'Ik heb hier iemand voor jullie! Ze is jong, leergierig en enthousiast! Echt een lot uit de loterij!' En wéér is Tiffany’s leven een beetje makkelijker gemaakt zonder dat ze daar ook maar iets voor heeft hoeven doen.

Ik bedenk me, misschien moet ik toch maar geen nieuwe laptop voor mijn dochter kopen. Het is beter dat ze hem zelf bij elkaar spaart. Alles om te voorkomen dat ze zoals Tiffany wordt.

Wat een lekker liedje!

Elke ochtend als ik naar het journaal wil kijken komt de reclame van Sheba op tv. En elke keer denk ik: Wat een lekker liedje! Ook 's avonds hoor ik het liedje regelmatig langskomen en maakt mijn hart een sprongetje. Vandaag zit ik bij de tv met Shazam in de aanslag. Het heerlijke liedje heet Can't fight this feeling anymore, een hit van REO Speedwagon. REO Speedwagon werd opgericht in 1967 en brak in Europa door in de jaren '80 met de hit Keep on loving you.

Terugredenerend is het gebruik van dit liedje een geweldige vondst van Sheba. Stel je wilt een (te) duur kattenvoermerk aan de man brengen. Je doelgroep bestaat uit kattenbezitters die wat meer geld te besteden hebben en dat ook willen uitgeven aan hun huisdier: werkende vrouwen van 45 of ouder. En hoe krijg je de aandacht van deze drukke doelgroep? Door een geweldig-maar-niet-grijsgedraaid hitje te kiezen uit hun tienerjaren. Bij mij werkt het in ieder geval. Ik zou er bijna een kat voor aanschaffen...

Betekent dit dat Sheba over 25 jaar een liedje van High School Musical, Big Time Rush of Frozen onder haar reclames gaat zetten? 

En dan als uitsmijter nog even dat heerlijke liedje, live gezongen. Wat een lekker liedje! 



Brieven schrijven

Vroeger appten we geen berichtjes, vroeger schreven we brieven. Met de hand. Brieven schrijven lijkt een kunst die bijna verloren is gegaan. Een jaar of 25 geleden was brieven schrijven heel gewoon. Toen ik na mijn middelbare school van Leiden naar Enschede verhuisde om te studeren, ging ik op kamers wonen. Tijdens de avonden dat ik alleen op mijn kamer zat en klaar was met leren, ging ik schrijven.

Ik schreef met iedereen die ik in Leiden had achtergelaten. Mijn zusje, mijn ouders, vriendinnen, vriendjes, ex-vriendjes en bijna-misschien-ooit-vriendjes. Maar ook van mijn oma, mijn tante en vrienden van mijn ouders kreeg ik af en toe een kaartje. Ik zou het me haast niet meer kunnen voorstellen, als ik niet al die brieven, kaartjes en sinterklaasgedichten had bewaard in een mandarijnenkistje.

De inhoud van dit kistje gaat ongeveer over een periode van 1990 tot 2000. Daarna begon email de plaats van de brieven in te nemen. Eenmaal onder het stof vandaan bleken de felicitaties, liefdesverklaringen, niks zeggende lappen tekst, ruzies, moeilijke gesprekken en de ik-laat-even-iets-van-me-horen-kaartjes een waanzinnige trip down memory lane. Ik heb de hele ochtend zitten lezen, en weet zeker dat ik er vannacht van ga dromen. (Update 28-08-2017: Ik heb ervan gedroomd.)

Wat niet veranderd is, is dat wij het 25 jaar geleden kennelijk ook ontzettend druk hadden. Elke brief begint wel met een alinea vol excuses waarom het zo lang geduurd heeft voor de brief uiteindelijk is geschreven. Elke brief eindigt met een uitnodiging om snel weer 'ns af te spreken.

Sommige dingen zijn echter wel veranderd. Toen ik een (gecensureerd) deel van het kistje aan mijn oudste dochter liet zien, was ze vooral onder de indruk van hoe netjes de brieven geschreven waren. Om vervolgens in lachen uit te barsten bij het volgende kaartje: een papieren brief schrijven en door de postbode laten bezorgen, waarin je aankondigt een paar dagen later te zullen bellen. Het moet niet gekker worden.



Een jaar lang zonder internet

Zijn we verslaafd geraakt aan het internet? Student Journalistiek Bram van Montfoort (1987) besluit om in 2012 het hele jaar offline te gaan. Hij wil graag weten of hij verslaafd is aan het internet. De regels zijn eenvoudig: hij mag geen mobiele telefoon gebruiken, hij mag geen gebruik maken van het internet en hij mag niemand vragen om iets online op te zoeken. Hij houdt het vol en schrijft er een boek over: Een jaar offline.

Bram gaat weer papier gebruiken om op te schrijven, bellen doet hij via een vaste telefoon. Normaal gesproken was hij ongeveer 4,5 uur per dag online, nu gebruikt hij die tijd om gesprekken aan te knopen met vreemden, brieven te schrijven en om na te denken. Vooral dat laatste is vrij nieuw voor hem. Hij is gewend zijn iPad te pakken zodra hij wakker is, en nu komt het voor dat zijn dromen hem de hele ochtend achtervolgen. Maar het heeft wel iets, vindt hij.

Bram wordt geen ander mens, maar ook een beetje wel. Op school kan hij zich beter concentreren, doet beter zijn best, en haalt hij meer studiepunten dan ooit. Bram ergert zich aan anderen die hun mobieltje pakken als ze met hem in gesprek zijn, en hij geniet meer van wat hij om zich heen ziet gebeuren. Het leven blijkt een grote televisie.

Maar offline leven blijkt ook bijzonder onpraktisch. Zo kan hij zich op school niet inschrijven voor vakken, kan hij geen stage vinden (niemand wil hem hebben, omdat hij niet van het internet gebruik mag maken) en hij is onbereikbaar. Dat laatste vinden vooral zijn vrienden heel erg irritant. Maar de interessante vraag daarachter is: Is het asociaal om niet bereikbaar te zijn? Onbereikbaarheid geeft Bram in ieder geval het gevoel van vrijheid, net als het niet constant op Facebook plaatsen wat hij allemaal meemaakt.

Het leuke van dit boek is dat Bram een jonge jongen is, opgegroeid mét het internet, en nu een jaartje zonder. Dat maakt hem een voorbeeld voor andere jongeren. De wereld heeft meer te bieden dan online zijn. Tegelijkertijd is Brams leeftijd ook de zwakke plek van het boek: Brams leven en zijn kijk op de wereld is niet altijd even interessant. Toch verrast hij de lezer af en toe met tijdloze en wijze inzichten.

Een jaar offline is inmiddels alweer 5 jaar oud. Zou het eigenlijk nog mogelijk zijn om offline te leven in 2017 nu de accept giro niet meer bestaat, de thermostaat in huis digitaal is en verzekeringspolissen in een digitale kluis bewaard worden? Ik hoop dat Bram dit experiment nog een keer herhaalt. Dan zullen niet alleen de tijden veranderd zijn, maar zal ook Bram een paar jaar ouder en wijzer zijn. En zijn leven hopelijk wat interessanter.

Een jaar offline
Auteur: Bram van Montfoort
Uitgever: Moon
ISBN: 9789048817818


Not Giving a Fuck

The subtle art of not giving a f*ck leek me het ideale boek om direct na mijn vakantie te lezen. In de eerste werkweek na mijn zomerbreak wilde ik graag het vakantiegevoel vasthouden door me niet direct te laten meeslepen door de werkdrukte. Door nog even "geen f*ck te geven" om die drukte. Maar behalve de botte toon past de titel eigenlijk helemaal niet bij de inhoud van het boek. De ondertitel “A counterintuitive approach to living a good life” past eigenlijk beter bij het boek, maar die is natuurlijk veel minder opvallend.

De boodschap van blogger Mark Manson is niet dat je je nergens meer druk om moet maken. Zijn boek is eigenlijk een pleidooi voor actie. Doe iets! Maak fouten! Zeg nee! Weet waar je voor staat! Kies wat je belangrijk vindt! Deze boodschap brengt Manson in de vorm van een "refreshing slap in the face". Hij is bot, hij is recht voor zijn raap en hij confronteert de lezer ermee dat deze altijd ongelijk heeft. Daardoor word je gedwongen om heel eerlijk naar jezelf te kijken. Met recht heel verfrissend. En grappig. En confronterend.

Vooral voor jongeren, millennials, houdt hij een spiegel voor. In een tijd waarin het internet vol staat met successen en excessen, wil iedereen bijzonder zijn en opvallen. We worden zo doodgegooid met bijzondere mensen tegenwoordig, dat je gaat geloven dat je zelf heel bijzonder moet worden, omdat je er anders niks waard bent. Het is beter om de grootste mislukkeling te zijn, en daarmee op te vallen, dan om gemiddeld te zijn. Manson legt uit dat er niks mis is met gemiddeld zijn, sterker nog, de meeste mensen zijn gemiddeld. Daarom heet het ook een gemiddelde. Als iedereen bijzonder was, dan zou niemand meer bijzonder zijn. The subtle art of not giving a f*ck is dus een grove, maar waardevolle, les in realisme. En het is best goed om je dat af en toe weer even te realiseren.

Ongeveer de helft van het boek leest lekker weg, is origineel, en snijdt hout. De schrijfstijl is een combinatie van sprekende voorbeelden en grove metaforen die soms zelfs behoorlijk beledigend zijn. Maar er staat ook veel gezwets in het boek. Het is jammer dat Manson zich hier en daar laat verleiden om tips te geven en open deuren in te trappen. Dit haalt de kracht uit de boodschap, en levert uiteindelijk niks op wat het onthouden waard is.

De grappigste stukken zijn de stukken waarin Manson grof, beledigend en bot is. De herhalingen passen daarbij en storen niet. Het laatste hoofdstuk over de dood, confronterend omdat het juist gevoelig geschreven is en niet schreeuwerig, maakt het pleidooi prachtig rond. Doe iets! Maak fouten! Zeg nee! Want het kan zomaar voorbij zijn.

De edele kunst van not giving a f*ck
Auteur: Mark Manson
Uitgever: Lev
ISBN: 9789400509023

Zo gaat dat nu

Eigenlijk denk ik er al een paar jaar over na.

Nee, ik ga niet offline. Dat zou ik niet kunnen en niet willen.

Ik wil schrijven. Schrijven over dat ene onderwerp dat me maar blijft fascineren: dat de wereld van nu er zo anders uit ziet dan die van 25 jaar geleden, en dat dat effect heeft op onze kinderen, de volgende generatie.

Vandaag las ik dit artikel en het trok me over de streep: Have Smartphones Destroyed a Generation? En ik ben er nog stil van. Het is zorgwekkend wat de mogelijke gevolgen (kunnen) zijn van het altijd maar online zijn.

Want dat is de grootste verandering tussen toen en nu: de jeugd van tegenwoordig is altijd online. Smartphones, Netflix, iPads, social media, ze hebben ons leven enorm verrijkt. Mijn oudste dochter is op dit moment in Texas op bezoek bij een vriendin die ze 2,5 jaar geleden online heeft leren kennen. Mijn jongste dochter is op dit moment aan het oppassen. Ze heeft haar laptop meegenomen, zodat ze kan Netflixen als de kinderen in bed liggen.

Zo gaat dat nu. Andere tijden, met haar mooie en zorgwekkende kanten, daar wil ik over schrijven.