Bridget Jones

Hoe ik een boekengek werd - deel 1

Het was al de derde dag op rij dat ik mijn kinderen verwaarloosde. Het was mijn vrije dag en in de regel de drukste dag van de week. Normaal gesproken zagen mijn woensdagen er zo uit: boodschappen, de was, luiers, vingerverven, frisse neus, peuterzwemmen en stofzuigen. Deze week sloeg ik het vingerverven over, net als de was en de frisse neus. Ik hoopte dat de jongste lang bleef slapen tussen de middag, dat mijn moeder niet onverwacht langs kwam en dat de oudste misschien eventjes zichzelf zou vermaken. Dan kon ik lezen. Ik was namelijk begonnen in Het dagboek van Bridget Jones en ik wilde alleen nog maar verder lezen. Het was oktober 2002.

De film Bridget Jones’s Dairy was in de bioscoop te zien. Ik was nieuwsgierig, maar eigenlijk wilde ik een boek dat zo'n hype was niet lezen. Het was waarschijnlijk voorspelbaar. En zoetsappig. En oppervlakkig. Uiteindelijk won mijn nieuwsgierigheid het van de weerzin: ik wilde mijn vooroordeel kunnen onderbouwen met feiten. Ik kocht Het dagboek van Bridget Jones en begon te lezen. Het was voor het eerst sinds jaren dat ik tijd maakte om iets anders te lezen dan een artikeltje in een tijdschrift of de koppen van de krant. Ik had twee dochtertjes van twee en vier jaar oud en was nogal druk geweest de afgelopen tijd. Maar nu was ik begonnen met lezen en ik kon niet meer stoppen. Ik moest gewoon tijd maken voor Bridget.

Op maandag begon ik met lezen, op woensdagavond had ik het boek uit. Bridget was in drie dagen tijd mijn beste vriendin geworden en ik miste haar toen ik zonder haar verder moest. Het boek bleek inderdaad voorspelbaar en zoetsappig, maar het was niet oppervlakkig. Tenminste, niet echt. Het was komisch en serieus tegelijk, geschreven in een lekker vlot ritme. Daarnaast genoot ik van Bridget, die zo menselijk was dat ik mezelf in haar herkende. En van haar zelfspot kon ik zeker nog wat leren. Haar belevenissen waren behoorlijk over the top, verrassend en bizar, het verhaal barstte van de toevalligheden, maar de combinatie met de serieuze ondertoon maakte haar dagboek anders, niet méér van hetzelfde, maar juist vernieuwend. Op donderdag kocht ik deel 2, Het nieuwe dagboek van Bridget Jones, en las dat ook in drie dagen uit.

Ik ging op zoek naar een website waar meer van ‘zulke boeken’ te vinden waren, waar ik kon zien welke boeken goed waren en welke tegenvielen, voor welk boek je zonder aarzelen 16 euro (het was 2002!) betaalde en voor welk boek dat veel te veel was. Ik zag de website voor me: Hij was roze, niet te serieus, maar ook niet te kinderlijk. Geen prinsessen-website, maar wel meisjesachtig en ook hip, een site voor moderne vrouwen die van boeken hielden. Roze met een ruitje. Een website gemaakt door iemand die gek was op dit genre. Maar hoe ik ook zocht, ik kon de website niet vinden. Hij bestond niet.

Ik moest hem zelf maken. Dat jaar leerde ik hoe ik een website kon bouwen. Uit boeken en van collega's leerde ik de kneepjes van het vak. Ik vond het leuk om te programmeren, iets te maken, iets te creëren. Het idee dat je zelf een website kon ontwerpen, bouwen en dan zomaar online kon zetten, vond ik geweldig (het was inmiddels 2003, Hyves bestond nog niet!). Over de naam van mijn nieuwe boekensite moest ik even nadenken. In mijn hoofd kwam een vage herinnering boven. Er was een naam voor dit genre. Een keer had ik een artikel gelezen over Het dagboek van Bridget Jones en het succes van het boek. Daarin werd een term gebruikt: ‘chicklit’. Chicklit was een Britse term, de afkorting van chick literature. Ik controleerde of de domeinnaam www.chicklit.nl nog vrij was. Dat was zo. Dus registreerde ik hem, klikte een website in elkaar - roze met een ruitje - en zette de website online. Chicklit.nl was geboren.

Inmiddels is de website niet meer van mij, maar de herinneringen zijn springlevend. En nog leuker vind ik het om ze hier weer op te halen. Binnenkort deel 2 van Hoe ik een boekengek werd :-)

Wat ga ik niet vertellen?

Nu de datum van mijn boeklancering steeds dichterbij komt, staan mijn weekenden in het teken van Privacy Live

Halverwege maart is mijn boekpresentatie in de mooiste bioscoop van Leiden, het Trianon Theater. Ik vind het zo geweldig dat ik deze ruimte mag gebruiken. Ondertussen maken mijn hersenen overuren. Wat trek in aan? Wat ga ik vertellen? En nog moeilijker, wat ga ik niet vertellen? Want het verhaal van Privacy Live spookt al 13 jaar door mijn hoofd. Er is zoveel gebeurd in die tijd. Dat kan ik echt niet allemaal vertellen in een half uurtje.

Zo hadden mijn hoofdpersonen, Jente en Daniël, in de eerste versies allebei een andere voornaam. Ook leefden ze nog zonder smartphone - 13 jaar geleden was dat nog niet de norm. Daniël heeft er een broertje bijgekregen, maar Jentes zus is tijdens de redactie geschrapt. Kill your darlings...
Er is niet veel over van de originele teksten. En zelf ben ik ook niet meer wie ik 13 jaar geleden was. Ik was moeder van twee kleine kinderen, het lukte me maar niet om te schrijven. Zoveel jaren worstelen, ik kan er uren over praten. 

Maar dat ga ik niet doen. Op 15 maart vertel ik een deel van mijn verhaal aan een volle zaal. Alle stoelen zijn inmiddels gereserveerd. Er is zelfs een wachtlijst(je). Ik verwacht dat iedereen die daarop staat alsnog een uitnodiging zal krijgen. Ook in een maand tijd kan er veel gebeuren en er zullen zeker nog afmeldingen komen. En dan komt er dus weer een stoeltje vrij...
Dus, wil je graag bij mijn boekpresentatie zijn, laat het me dan weten. Ik zet je op de reservelijst en stuur je een uitnodiging zodra er een plekje voor je vrijkomt.

Proefdruk

Het is 2020, het jaar waarin Privacy Live gaat verschijnen. Ik heb de proefdruk binnen: een echt boek, van papier, 275 bladzijden dik. Ik aai de kaft, ruik aan het papier en laat de bladzijden door mijn vingers glijden. De letters vormen mijn woorden, mijn zinnen. Jente en Daniël komen tot leven in 89 hoofdstukken, zwart op wit. Het is echt...

Nog één keer moet ik er doorheen. Zijn de woorden netjes afgebroken? Staan de witregels goed? Klopt de hoofdstuknummering? Ik heb de woorden en zinnen nu al zo vaak gezien, dat ik compleet blind ben geworden voor mijn eigen tekst.

Dat dacht ik, maar dat blijkt niet zo te zijn. Eenmaal op papier herken ik mijn eigen zinnen niet meer terug. Niks herinnert me nog aan de dansende letters op mijn laptop, aan de zoveelste check. Nee, met het boek in mijn hand, kan ik van een afstandje mijn eigen verhaal lezen. En dat is eigenlijk best een leuk verhaal!

Het boek sluit af met het dankwoord van de auteur. Ik lees het altijd graag. In dit dankwoord staan bekende namen. Namen van mensen die me de afgelopen jaren hebben gesteund, geholpen, die kritiek hebben geleverd, die er voor me waren. Ik word er warm van.

De laatste verbeteringen stuur ik naar mijn uitgever, de laatst kans op een - ja, ik weet dat het niet bestaat, maar ik droom graag - foutloos boek. Mijn boek is af. Dit was mijn deel, nog even en dan is het de beurt aan de lezers...

Debuteren, niet in de kouwe kleren

Ik ga debuteren, mijn eerst boek, de young adult Privacy Live, gaat verschijnen. Begin november kreeg ik een telefoontje van uitgeverij LetterRijn dat ze mijn boek wilden uitgeven. Daarna stapte ik in een sneltrein, die nog steeds heel hard rijdt.

In zes weken tijd heb ik een korte biografie geschreven, een achterflaptekst en samen met de uitgever een kaft ontworpen. Over al die dingen heb ik nagedacht, getwijfeld, overlegd, opnieuw getwijfeld en uiteindelijk besloten.
Ook heb ik de eerste redactie van mijn manuscript ontvangen en alle wijzigingen doorgevoerd (nadat ik er eerst over had nagedacht en getwijfeld), ik heb de mening van de proeflezers geïncasseerd, een nieuwe versie teruggestuurd en momenteel ben ik bezig de tweede redactieronde te verwerken. En of het vóór de kerst af kan zijn.

Maar dat is nog niet alles. Ik ben in gesprek met de eigenaar van een hele leuke lokatie in Leiden voor de boekpresentie, ik heb aan een paar 'beroemdheden' in mijn netwerk gevraagd om een quote (en evenzoveel afwijzingen ontvangen), ik heb een website gemaakt, plannen bedacht voor de promotie van mijn boek, social media accounts verdubbeld, een contract getekend en nieuwe 'collega's' ontmoet.

Ondertussen zwalken mijn emoties van trots, naar blij, naar zenuwachtig, naar gestrest, naar alles-overkomt-me-ik-heb-geen-enkele-controle-meer-help. En kwetsbaar, ik voel me kwetsbaar, op een goede manier, denk ik.

Dus dat. Debuteren, dat gaat je niet in de kouwe kleren zitten.

In het donkere niets

Ik reken af met de pinpas van de familierekening. Mijn man - altijd op de hoogte van wat er wordt af- en bijgeschreven - zal wel denken: ze gingen een middagje naar Utrecht en nu rekenen ze om negen uur ’s avonds af bij de Burger King op Schiphol. Wat is er gebeurd? Ik stuur hem berichtje: 'Lang verhaal en nee, onze portemonnee is niet gestolen.'

Jasmijn en ik hadden ontspannen gewinkeld in Utrecht. We verheugden ons op een rustige avond. Netflix aan, bord op schoot. Om half zes vertrok de trein van Utrecht richting Leiden. De reis verliep voorspoedig, tot we er bijna waren. Drie minuten voor we zouden aankomen op onze eindbestemming stopte de trein in het donkere niets. Het personeel van de trein informeerde ons goed: er was geen hoogspanning meer. O nee, er stond een defecte trein voor ons. O wacht. Ja, dit was er echt aan de hand: de brug, vlak voor Leiden Lammenschans, was defect.

Reizigers werd geadviseerd de trein naar Gouda te pakken en dan via Den Haag Centraal naar Leiden te reizen. Jasmijn en ik trokken onze wenkbrauwen op. Hoe dan? Waar dan? Maar opeens drong de werkelijkheid tot ons door: nog geen 500 meter van huis zou de trein van rijrichting veranderen en terugrijden naar Alphen aan de Rijn. En ja hoor, daar gingen we. Medereizigers vloekten binnensmonds.
'Dat doen wij dus niet,' zei ik tegen Jasmijn. 'We nemen de bus.' Met mijn routeplanner vond ik ons nieuwe reisschema. We moesten de bus naar Schiphol nemen en dan twee keer overstappen.
Was het maar waar.

We moesten overstappen in Woubrugge. Op een donker kruispunt van autowegen verlieten we de bus. Er reden auto's, maar verder was het er stil, donker en afgelegen. Gelukkig waren we niet de enigen. Met z'n achten wandelden we de TL-verlichte route onder het kruispunt door naar de halte waar de volgende bus ons op zou pikken. Daar wachtten we. Er was een vrouw bij met een absurd kleurige broek, een andere vrouw met een bos krullen, een jonge jongen, een dertiger met een baard en een echtpaar met een enorme koffer. De bus zou over tien minuten komen. Jasmijn en ik bekeken de kaart. We waren al op de helft, hoefden nog maar een klein stukje.

In de verte zagen we de bus naderen. De man met de baard stak zijn hand uit. Het leek me een overbodig gebaar, we waren met veel meer mensen dan hier op een gewone avond zouden staan. De buschauffeur zou ons echt wel zien. Maar dat leek niet het geval. De bus veranderde noch van richting, noch van snelheid. Meer mensen begonnen met hun armen te zwaaien, maar de bus denderde ons voorbij. Hij zat stamp- en stampvol zat. Iemand vloekte. Ik pakte de routeplanner erbij. De volgende bus zou komen over … een uur. Een diepe zucht, nerveus gegiechel. Het voelde als een déja vu – weet je nog die keer dat we de nachttrein misten? – we hadden verkeerd gegokt, dit was niet de snelste weg naar huis.

De vrouw met krullen stapte op ons af. ‘Zullen we een taxi bellen?’ Wij knikten. We moesten alle drie naar Leiden Lammenschans. Ze begon te bellen en ondanks dat ze telkens iemand aan de lijn kreeg, had niemand een taxi beschikbaar om naar deze plek te komen. Ze belde haar man, die nam niet op. De vrouw met de gekleurde broek kwam bij ons staan. 'Mag ik ook met jullie meerijden naar Leiden?' Ondertussen installeerde ik de Uber-app. ‘Er zijn geen auto’s beschikbaar’, stond er in grote letters op het scherm.

Op dat moment stopte er een auto bij de halte. De jonge jongen rende eropaf, opende de achterdeur en schoof naar binnen. Als eerste gered. Hij wilde net de deur dichttrekken, toen het echtpaar met de grote koffer aan de bestuurder vroeg of ze mee mochten rijden. De vader van de jongen knikte. Ik keek naar de vrouw met de krullen die de zoveelste taxicentrale aan de lijn had. Toen ik me terugdraaide zag ik nog net hoe de vrouw met de broek de deur van de auto dichttrok.

Daar stonden we dan. Jasmijn, ik en de vrouw met de krullen. En de man met de baard. Die bekende schoorvoetend dat hij ook opgehaald zou worden, maar niet in de richting van Leiden ging. We keken elkaar aan. 'Misschien moeten we dan toch maar de bus naar Schiphol nemen. Dan weten we zeker dat we thuis komen.' Dus liepen we met z'n drieën door de tunnel terug en stapten in de volgende bus naar Schiphol.

Op de luchthaven verlieten we de bus. ‘Waar is onze vrouw?’ vroeg Jasmijn, terwijl ze zoekend om zich heen keek. Het samen-uit-samen-thuis gevoel is sterk ontwikkeld bij haar. We wachtten op de krullenbol en namen netjes afscheid. Zij ging direct door naar Leiden, wij besloten eerst wat te eten. Het was inmiddels acht uur en we hadden trek. Gelukkig was er bij de Burger King nog een tafeltje vrij.