Experts op tv

Hoe ik een boekengek werd - deel 3

Wij van Chicklit.nl bleken net zo blij met uitgeverijen, als zij met ons. Samen organiseerden we Mail&Win-acties en interviews met schrijvers. Ook journalisten vonden ons. Elke week kwam er wel een verrassend, stoer, spannend, belachelijk of opvallend mailtje binnen. Of we naar een boekpresentatie wilde komen, of we geïnterviewd wilden worden (S. en ik waren nu immers de chicklit-experts), of we (en ik verzin dit niet!) een reisje naar Frankrijk wilden maken om een auteur te ontmoeten. Voor sommige evenementen maakten S. en ik tijd.

Op een podium in Elspeet ontmoette ik Sander Verheijen (sorry, Sander, ik weet ook niet meer wanneer het was, 2003 of 2004). Tijdens een bijeenkomst voor uitgevers en boekhandelaren was er een vragenuurtje georganiseerd voor het publiek. Er waren in dit tijd precies drie(!) boekenwebsites: Crimezone.nl, Literatuurplein.nl en Chicklit.nl. Met z’n drieën zaten we op houten stoeltjes op het podium en beantwoordden alle vragen. Het publiek was zich ervan bewust dat ‘het internet’ invloed ging hebben op de boekenwereld, maar hoe snel dat zou gaan, daarvan hadden we geen idee.

Toen het nieuwste boek van Josie Lloyd en Emlyn Rees verscheen, was er door uitgeverij Archipel een waar spektakel georganiseerd dat de hele dag duurde. Het echtpaar was, hoogzwanger en met hun jonge dochtertje, naar Amsterdam gekomen. Ze werden geïnterviewd door diverse journalisten en ook S. en ik mochten kennis met hen maken. Daarna was er een rondvaart door de grachten georganiseerd, aangekleed met een high tea. Het tv-programma Nova was erbij om alles en iedereen te filmen: journalisten, fotografen, Susan Smit(!), cameramannen, mensen van de uitgeverij en fans die via Chicklit.nl een toegangskaartje hadden gewonnen.

Mijn grootste uitdaging voor die dag: wat moest ik aantrekken? Uiteindelijk kocht ik een opvallende, wijde, knalroze broek en droeg daar een eenvoudig zwart t-shirt op. Voor de gelegenheid had ik wat mascara opgedaan. In Amsterdam aangekomen bleek ik behoorlijk underdressed. Ik hoopte nog een woordje te wisselen met Susan, maar naast haar voelde ik me dik, klein - Susan is heel lang - en zo gewoontjes, dat ik, nadat ik me aan haar had voorgesteld, compleet dicht sloeg. Maar dat was nog niet het ergste van de dag. 

S. en ik zouden namelijk ook geïnterviewd worden door Nova (vandaar die mascara). Had ik al gezegd dat wij nu als 'experts' gezien werden? Het leek mij helemaal geweldig om op tv te komen. In mijn fantasie zou ik een briljant televisie-optreden geven en iedereen duidelijk uitleggen wat het verschil was tussen chicklit en flutromannetjes. Daarna zou ik bij diverse televisieprogramma’s aan tafel plaatsnemen. De werkelijkheid was anders.

S. en ik werden in het grachtenpand van de uitgeverij bij een bureau neergezet - het leek zo net of wij een eigen kantoor hadden - met achter ons een computer met Chicklit.nl op het scherm. Er was een cameraman die ons in een bepaalde hoek positioneerde en een journalist die ons vragen stelde. We oefenden een beetje en al snel verscheen er een frons op het gezicht van de journalist: ‘Nou moet je niet zo blijven lachen.’ De cameraman had ons beiden in beeld en keek eveneens geïrriteerd. Ik was Chicklit.nl gestart met een dikke knipoog. Is het niet eigenlijk heel grappig dat wij, geëmancipeerde, intelligente vrouwen, zo graag lekkere zwijmelboeken lezen? Zo serieus nam ik het allemaal niet, en dat was kennelijk aan me te zien. ‘We gaan het anders doen,’ zei de journalist en draaide zijn lichaam naar S.

S. deed het fantastisch. Haar gezicht bleef in de plooi en ze beantwoordde alle vragen alsof er niks belangrijkers op de wereld bestond dan chicklit. Toen Nova die avond werd uitgezonden, was ik nergens te bekennen. Mijn optreden, inclusief mijn knalroze broek, was er vakkundig uitgeknipt. Een carrière voor de camera heb ik toen maar laten varen. Op televisie komen is serious business.

Heel veel post

Hoe ik een boekengek werd - deel 2

Naast de printer dronken S. en ik gore koffie uit plastic bekertjes. We praatten over boeken. Mijn collega bleek net als ik een passie te hebben voor boeken met een roze covers en vrouwenbenen erop. Ze had het boek Heb mij lief van Josie Lloyd en Emlyn Rees gelezen en kon niet stoppen erover te praten. We wisselden boeken uit en ze werd nog enthousiaster. S. besloot te willen helpen met Chicklit.nl. 

Zij kocht het boek Goed in bed van Jennifer Weiner, ik koos voor Een ideale man van Liz Young. De kaft van dat boek was werkelijk niet om aan te zien - knalroze en er stond een jongen op met heel foute schoenen aan – en ook met Goed in bed kon je je nergens vertonen. Maar ja, we moesten wel, we konden de boeken niet wegleggen. We kochten meer boeken, op goed geluk, op basis van de kaft of omdat de achterflaptekst ons aansprak. Veel vielen er tegen - wel grappig, maar geen happy end; wel romantisch, maar zonder serieuze ondertoon; wel herkenbaar, maar niet komisch. Onze mening zetten we online. Zo konden we lezers behoeden voor een tegenvaller.

Op een dag kregen we een email van uitgeverij Luitingh-Sijthoff. Ze vroegen om ons adres, zodat ze een boek konden opsturen. Het was (bijna!) de mooiste dag van ons leven. Het was al leuk om Chicklit.nl te beheren, maar nu bleek dat we ook ‘gratis’ zouden gaan lezen.

Als je thuis veel boeken ontvangt, wordt de postbode je beste vriend. En je buren je grootste vijand.
In het chicklit-genre kwamen in die tijd gemiddeld zo'n twintig nieuwe titels per maand uit. Het gros van de boeken werd direct naar mijn huisadres gestuurd, waarna ik ze weer doorstuurde naar vrijwilligers die met ons meelazen. Veel pakjes pasten niet door de brievenbus en het resultaat was dat ik bijna elke dag of naar het postkantoor moest, of alle buren af moest lopen om de pakjes te verzamelen. Soms wilde mijn deur niet meer open vanwege de enorme stapel boeken, folders en zetproeven die erachter lag.

Onze directe buren hadden een baby. Op een dag stond de jonge moeder op onze stoep. Resoluut en met trillende stem vertelde ze dat ze geen pakjes meer voor me wilde aannemen. Ze was het zat. Als enige niet-werkende in de wijk, belde de postbode elke dag wel een keer bij haar aan met een pakje voor een straatgenoot. Ze gebood me een briefje op de deur te plakken, draaide zich om en beende weg. Ik hing een briefje op…


De postbode zelf had de boodschap ook zonder briefje al begrepen. Aanbellen bij het huis naast ons durfde hij al een poosje niet meer. De vrouw des huizes had hem een paar keer flink uitgekafferd. Maar ja, hoe minder pakjes hij mee terug nam naar het postkantoor, hoe minder goed zijn beoordeling was. Er moest een oplossing komen. Dus trok ik op een dag de stoute schoenen aan, en mijn oudste spijkerbroek. Ik haalde uit de schuur een stapel planken, een hamer, schroevendraaiers, spijkers, schroeven en een zaag, en ik begon aan mijn ‘boekenkist’. Mijn man bood aan om te helpen, maar die hulp sloeg ik af. Hoe moeilijk kon zijn om een kist te maken? Dat viel inderdaad wel mee. Het maken van een rechte kist bleek daarentegen een stuk moeilijker. Maar ik was hoe dan ook trots op het resultaat. Het was een kist. Een scheve, maar toch. Ik schilderde hem wit en spoot er in roze letters ‘chicklit’ op. Hij kreeg een mooi plekje naast de voordeur. De postbode was blij, ik was blij en de buren waren blij. Tenminste, voor even. Niet lang na mijn zaag- en timmerklus verhuisden ze.

Bridget Jones

Hoe ik een boekengek werd - deel 1

Het was al de derde dag op rij dat ik mijn kinderen verwaarloosde. Het was mijn vrije dag en in de regel de drukste dag van de week. Normaal gesproken zagen mijn woensdagen er zo uit: boodschappen, de was, luiers, vingerverven, frisse neus, peuterzwemmen en stofzuigen. Deze week sloeg ik het vingerverven over, net als de was en de frisse neus. Ik hoopte dat de jongste lang bleef slapen tussen de middag, dat mijn moeder niet onverwacht langs kwam en dat de oudste misschien eventjes zichzelf zou vermaken. Dan kon ik lezen. Ik was namelijk begonnen in Het dagboek van Bridget Jones en ik wilde alleen nog maar verder lezen. Het was oktober 2002.

De film Bridget Jones’s Dairy was in de bioscoop te zien. Ik was nieuwsgierig, maar eigenlijk wilde ik een boek dat zo'n hype was niet lezen. Het was waarschijnlijk voorspelbaar. En zoetsappig. En oppervlakkig. Uiteindelijk won mijn nieuwsgierigheid het van de weerzin: ik wilde mijn vooroordeel kunnen onderbouwen met feiten. Ik kocht Het dagboek van Bridget Jones en begon te lezen. Het was voor het eerst sinds jaren dat ik tijd maakte om iets anders te lezen dan een artikeltje in een tijdschrift of de koppen van de krant. Ik had twee dochtertjes van twee en vier jaar oud en was nogal druk geweest de afgelopen tijd. Maar nu was ik begonnen met lezen en ik kon niet meer stoppen. Ik moest gewoon tijd maken voor Bridget.

Op maandag begon ik met lezen, op woensdagavond had ik het boek uit. Bridget was in drie dagen tijd mijn beste vriendin geworden en ik miste haar toen ik zonder haar verder moest. Het boek bleek inderdaad voorspelbaar en zoetsappig, maar het was niet oppervlakkig. Tenminste, niet echt. Het was komisch en serieus tegelijk, geschreven in een lekker vlot ritme. Daarnaast genoot ik van Bridget, die zo menselijk was dat ik mezelf in haar herkende. En van haar zelfspot kon ik zeker nog wat leren. Haar belevenissen waren behoorlijk over the top, verrassend en bizar, het verhaal barstte van de toevalligheden, maar de combinatie met de serieuze ondertoon maakte haar dagboek anders, niet méér van hetzelfde, maar juist vernieuwend. Op donderdag kocht ik deel 2, Het nieuwe dagboek van Bridget Jones, en las dat ook in drie dagen uit.

Ik ging op zoek naar een website waar meer van ‘zulke boeken’ te vinden waren, waar ik kon zien welke boeken goed waren en welke tegenvielen, voor welk boek je zonder aarzelen 16 euro (het was 2002!) betaalde en voor welk boek dat veel te veel was. Ik zag de website voor me: Hij was roze, niet te serieus, maar ook niet te kinderlijk. Geen prinsessen-website, maar wel meisjesachtig en ook hip, een site voor moderne vrouwen die van boeken hielden. Roze met een ruitje. Een website gemaakt door iemand die gek was op dit genre. Maar hoe ik ook zocht, ik kon de website niet vinden. Hij bestond niet.

Ik moest hem zelf maken. Dat jaar leerde ik hoe ik een website kon bouwen. Uit boeken en van collega's leerde ik de kneepjes van het vak. Ik vond het leuk om te programmeren, iets te maken, iets te creëren. Het idee dat je zelf een website kon ontwerpen, bouwen en dan zomaar online kon zetten, vond ik geweldig (het was inmiddels 2003, Hyves bestond nog niet!). Over de naam van mijn nieuwe boekensite moest ik even nadenken. In mijn hoofd kwam een vage herinnering boven. Er was een naam voor dit genre. Een keer had ik een artikel gelezen over Het dagboek van Bridget Jones en het succes van het boek. Daarin werd een term gebruikt: ‘chicklit’. Chicklit was een Britse term, de afkorting van chick literature. Ik controleerde of de domeinnaam www.chicklit.nl nog vrij was. Dat was zo. Dus registreerde ik hem, klikte een website in elkaar - roze met een ruitje - en zette de website online. Chicklit.nl was geboren.

Inmiddels is de website niet meer van mij, maar de herinneringen zijn springlevend. En nog leuker vind ik het om ze hier weer op te halen. Binnenkort deel 2 van Hoe ik een boekengek werd :-)

Wat ga ik niet vertellen?

Nu de datum van mijn boeklancering steeds dichterbij komt, staan mijn weekenden in het teken van Privacy Live

Halverwege maart is mijn boekpresentatie in de mooiste bioscoop van Leiden, het Trianon Theater. Ik vind het zo geweldig dat ik deze ruimte mag gebruiken. Ondertussen maken mijn hersenen overuren. Wat trek in aan? Wat ga ik vertellen? En nog moeilijker, wat ga ik niet vertellen? Want het verhaal van Privacy Live spookt al 13 jaar door mijn hoofd. Er is zoveel gebeurd in die tijd. Dat kan ik echt niet allemaal vertellen in een half uurtje.

Zo hadden mijn hoofdpersonen, Jente en Daniël, in de eerste versies allebei een andere voornaam. Ook leefden ze nog zonder smartphone - 13 jaar geleden was dat nog niet de norm. Daniël heeft er een broertje bijgekregen, maar Jentes zus is tijdens de redactie geschrapt. Kill your darlings...
Er is niet veel over van de originele teksten. En zelf ben ik ook niet meer wie ik 13 jaar geleden was. Ik was moeder van twee kleine kinderen, het lukte me maar niet om te schrijven. Zoveel jaren worstelen, ik kan er uren over praten. 

Maar dat ga ik niet doen. Op 15 maart vertel ik een deel van mijn verhaal aan een volle zaal. Alle stoelen zijn inmiddels gereserveerd. Er is zelfs een wachtlijst(je). Ik verwacht dat iedereen die daarop staat alsnog een uitnodiging zal krijgen. Ook in een maand tijd kan er veel gebeuren en er zullen zeker nog afmeldingen komen. En dan komt er dus weer een stoeltje vrij...
Dus, wil je graag bij mijn boekpresentatie zijn, laat het me dan weten. Ik zet je op de reservelijst en stuur je een uitnodiging zodra er een plekje voor je vrijkomt.

Proefdruk

Het is 2020, het jaar waarin Privacy Live gaat verschijnen. Ik heb de proefdruk binnen: een echt boek, van papier, 275 bladzijden dik. Ik aai de kaft, ruik aan het papier en laat de bladzijden door mijn vingers glijden. De letters vormen mijn woorden, mijn zinnen. Jente en Daniël komen tot leven in 89 hoofdstukken, zwart op wit. Het is echt...

Nog één keer moet ik er doorheen. Zijn de woorden netjes afgebroken? Staan de witregels goed? Klopt de hoofdstuknummering? Ik heb de woorden en zinnen nu al zo vaak gezien, dat ik compleet blind ben geworden voor mijn eigen tekst.

Dat dacht ik, maar dat blijkt niet zo te zijn. Eenmaal op papier herken ik mijn eigen zinnen niet meer terug. Niks herinnert me nog aan de dansende letters op mijn laptop, aan de zoveelste check. Nee, met het boek in mijn hand, kan ik van een afstandje mijn eigen verhaal lezen. En dat is eigenlijk best een leuk verhaal!

Het boek sluit af met het dankwoord van de auteur. Ik lees het altijd graag. In dit dankwoord staan bekende namen. Namen van mensen die me de afgelopen jaren hebben gesteund, geholpen, die kritiek hebben geleverd, die er voor me waren. Ik word er warm van.

De laatste verbeteringen stuur ik naar mijn uitgever, de laatst kans op een - ja, ik weet dat het niet bestaat, maar ik droom graag - foutloos boek. Mijn boek is af. Dit was mijn deel, nog even en dan is het de beurt aan de lezers...